SINDS 2006

Welkom bij de Frelu Stal

De recreatieve stal in het hart van de Sandelingen, Hendrik-Ido-Ambacht.

Lees ons Jubileumverhaal

Het Project: Oud Hollandse Runderen

Wat houdt dit in?

Samen met een team van vrijwilligers laten wij onder de naam Stichting Frelu Stal zeldzame runderen grazen in het recreatie/natuurpark Sandelingen-Ambacht. Wij richten ons op de Lakenvelder, Blaarkop, Fries Roodbont en de Witrik.


Onze 3 Doelstellingen:

A. Culturele waarde: Behoud van agrarische historie en zeldzame rassen.
B. Landschapsverfraaiing: Een levend en boeiend polderlandschap.
C. Educatie: Leren over de natuur en het boerenleven voor jong en oud.

De Initiatiefnemer

Freek Luchies, opgegroeid op het boerenerf, koos na een loopbaan in de bouw voor zijn passie: dieren. Na opleidingen aan de M.A.S. in Barneveld en de L.A.S. in Barendrecht, ontstond het idee voor de Frelustal. Een droom die na overleg met de gemeente en het recreatieschap werkelijkheid werd.

Onze Bewoners

Klik op een afbeelding om de koe te vergroten.

Lakenvelder

Lakenvelder

Vijfenzeventig jaar Lakenvelders

In de jaren "30 gaf een veevoeder-fabrikant een kwartetspel uit met daarin een kwartet van vier rundveerassen, die Nederland toen rijk was n.l. zwartbont, roodbont, blaarkop en lakenvelder. Als kind stond je daar vreemd tegen aan te kijken die zwart-wit zwart aftekening. Jaren later bleek dat je niet de enigste was die daar gefascineerd door werd. Dan komt de periode 1940- 1945 (oorlog en bezetting) en 1945-1950 (de wederopbouw). Dit waren tijden dat je weinig kon verwachten van het opbloeien van de fokkerij van een rundveeras dat steeds van minimale betekenis is geweest. Toch gebeurde er in die jaren iets wat verstrekkende gevolgen zou hebben voor het Lakenvelderrund. De bezettingsjaren eisten hun tol. Voedselgebrek en honger deden de productie van melk en vlees in hoge mate preveleren boven schoonheid van welk soort dan ook. Het laat zich dan ook raden, dat dit voor het kleine aantal Lakenvelders een enorme aderlating moet zijn geweest. Toen kwam het jaar 1950. In dat jaar werd "wettelijk" bepaald, dat er in Nederland slechts stieren tot de fokkerij mochten worden toegelaten, die in een stamboek waren ingeschreven, en de Lakenvelders hadden geen stamboom. Na de aderlating uit de bezettingsjaren scheen dit wel de doodsteek te worden van de Lakenvelders (onze nationale trots). De Lakenvelder-koeien verdwenen niet allemaal -gelukkig niet- maar het werd wel zoeken naar de spelt in de hooiberg. Enig houvast kwam uit de hoek van inspecteurs van het Nederlands Rundvee Stamboek, veeteeltconsulenten, veeartsen en inseminatoren die werden ingeschakeld om de Lakenvelder te lokaliseren. In 1957 leverde dit de voorlopige balans op: op Duindigt ruim 20 stuks, bij De Bilt 10 stuks, in Bunnik 4 stuks, verder hier en daar 1 of 2 stuks. Een keerzijde van deze droevige opsomming is dat er ook in Schotland Lakenvelder koeien (Belt Galloway) liepen. Veel eerder, al in 1838 zijn er Lakenvelder koeien naar Amerika (Dutch Belted) geexporteerd.

Hoe ging het verder

Door een paar artikeltjes in de landbouw en veeteelt bladen werd er meer bekendheid aan het wel en wee van de Lakenvelders gegeven. Dit gaf reactie, daardoor werd de Lakenvelder weer gepromoot. In het vakblad "De Boerderij" stond een advertentie dat er in de Betuwe een pinkstier te koop was, deze verhuisde naar Groningen, daar trachtte men een fokkerij van de grond te krijgen. Dat lukte, vooral toen bij een familie in De Bilt er ook een paar stieren werd aangekocht, helaas bij een boerderijbrand ging bijua alles weer verloren, slechts een viertal pinken wisten te ontkomen. Op meerdere plaatsen in ons land kwamen er fokkerijen, ook de inmiddels opgerichte stichting Zeldzame Huisdierrassen heeft er veel aan bijgedragen. Een Belgische fokker importeerde sperma vanuit Amerika (Florida) en fokte daar ook Lakenvelders, na het overlijden van deze fokker kwamen de Lakenvelders via Goes in Lexmond terecht. Deze zette zijn zuivere zwarte fokkerij mee op. Zo was de stam via Amerika en Belgie weer terug in Nederland. Vandaag aan de dag maken Lakenvelder stieren deel uit aan grote K.I.organisaties in ons land.

Fokkerij na 2000

Aan ieder nadeel zit meestal ook voordelen. Sinds er een melkplas en boter-berg is ontstaan zijn er veel boeren met pijn in het hart noodgedwongen gestopt met boeren. Door dit fenomeen zijn veel landbouwgronden natuurgebied geworden, waar welleswaar veel buitenlands vee is neergezet maar ook de Hollandse koe kreeg meer ruimte, zelfs boeren die hun melkvee hebben verkocht kregen er schik in om hun boerderij en weilanden aan te kleden met oud Hollands vee. Wie had ooit gedacht dat met de opkomst van de moderne koeien toch weer een stuk romantiek terug zou keren? Het is verheugend dat als men door Nederland reist, je steeds meer groepen of groepjes Lakenvelders ziet lopen. We hopen nog vele jaren van deze koeien te genieten.

Groninger Blaarkop

Groninger Blaarkop

Geschiedenis van de blaarkop

Nederland kent al eeuwenlang blaarkoppen, zowel zwarte als rode. In 1344 werd er in een klooster bij Monnickendam 12 zwarte en 7 rode blaarkoppen geteld. In 1865 werd de blaarkop tot de beste van Nederland gerekend, dit komt vanwege zijn soberheid, dunrzaamheid en geschikt voor vlees en melkopbrengst (dubbeldoelkoe). Voor goede koeien bestaat er altijd belangstelling, zo ontstond er op de Leidse markt veel belangstelling voor de blaarkop, men zag ze dan ook in de omgeving van Leiden (Zuid-Holland en Utrecht) veel lopen. Zelfs de Friezen kochten blaarkoppen op om ze vet te weiden, en het als slachtvee naar de Londense markt te verkopen. Er waren rond 1900 zwarte, rode, valen en zelfs zilvergrijze blaarkoppen. In 1906 bleef het Nederlands Rundvee Stamboek de rode blaarkoppen weigeren, dit was aanleiding om in 1908 het Groninger Rundvee Stamboek op te richten, dat in 1918 het Groninger Blaarkop Rundvee Stamboek ging heetten. In 1920 telde het stamboek 1100 leden, vrijwel alle bezitters waren of werden lid, dit was van korte duur. Er werd streng geselecteerd en de jaren erna ging het snel bergafwaarts met het ledenbestand, vooral toen het Nederlands Rundvee Stamboek ook de rode blaarkop ging erkennen. Vanaf 1947 werd het Groninger stamboek niet meer meegeteld, waardoor de vereniging zich in 1957 ophief. In de jaren 50 bestond de Nederlandse veestapel nog uit 5% blaarkoppen, waarvan 10% uit rode blaarkoppen. Vanaf de jaren 80 verschenen de holsteinkoeien/stieren die ook de blaarkoppen bezochten. In 1986 toen het ras nog 20.000 zuivere koeien telde werd het Blaarkop Rundvee Syndicaat opgericht. In 1994 telde heel Nederland ongeveer 1000 zuivere blaarkoppen, waardoor er weer een stuk nostalgie is verdwenen.

De stand van zaken nu

Doordat er steeds meer aan de weg wordt getimmerd naar biologische artikelen en biologische melk en de standaard melk niet als inkomsten meer gezien wordt, (vanwege melkquotum) wordt de vraag naar blaarkop weer iets groter. Ook hobby-boeren willen blaarkoppen houden vanwege hun degelijkheid. Men verwacht zelfs dat deze koeien in de toekomst een onmisbare waarde voor het opnieuw opzetten van de melkvee-stapel nodig zal zijn.

Fries Roodbont

Fries Roodbont

Geschiedenis van het Friese roodbont

Het Friese roodbont is lang het ondergesneeuwde koetje geweest. De roodbont is van oorsprong iets kleiner dan de zwarte familie-leden. In 1874 liet het Nederlands Rundvee Stamboek nog allerlei kleurslagen toe, maar dit veranderde in 1906. Ook het Friese Rundvee Stamboek lieten geen kleurlingen meer toe, behalve de rode, doch deze kwam in een apart gedeelte van het stamboek. De Friese roodbonte is altijd een kleine populatie geweest, vooral de Amerikanen drongen er sterk op aan dat dit ras niet zuiver zou zijn (ten onrechte). De Friezen bleven standvastig, omstreeks 1900 telde Friesland 5 fokkers, in 1950 waren dat er 20. In 1957 werd de Vereniging van Roodbont Fokkers opgericht met in totaal zo'n 450 koeien. Ook hier werd de invloed van Holstein koeien/stieren waarneembaar, waardoor in 1975 nog maar 2500 zuivere dieren geteld werden. Dit aantal werd nog drastischer want in 1994 waren er een 30-tal raszuivere roodbonte. Daar de fokkers van het Friese roodbont in leeftijd toenam, moest voor het behoud van de koeien een reddingsplan opgezet worden. Met medewerking van de stichting zeldzame huisdierrassen werd de stichting Roodbont Fries Vee opgericht. De genenbank was in het bezit van sperma van 6 zuivere stieren uit verschillende lijnen, waaruit gewerkt zou worden, met dit materiaal ging men aan de slag, waardoor het aantal langzaam (gelukkig) omhoog kruipt.

Witrik

De Witrik

Over de Witrik

De Witrik is geen echt ras, maar een aanduiding voor Nederlandse runderen met een witrugtekening. Dit klassieke kleurpatroon is erfelijk bepaald en kan bij kruising op andere rassen worden overgebracht. In 1985 werd het aantal Witrikken geschat op 4000 tot 6000. Daar het Koninklijk Nederlands Rundvee Syndicaat (KNRS) tegenwoordig niet uitsluitend de officieel erkende rassen registreet, kunnen ook Witrik-dieren worden geregistreerd. Witrik-koeien zijn over het algemeen geharde dieren en goede melkproducenten. Naast het dubbeldoeltype zijn er tegenwoordig ook Witruggen van een uitgesproken Holstein-type. De tekening varieert van overwegend gekleurd met witte rug, tot wit met met heel weinig, vaak kleine, gekleurde vlekken. Er komen zowel zwarte als rode Witrikken voor. Blauwe en vale Witrikken zijn zeer zeldzaam.

Foto's & Ontwerp

Bekijk impressies van de stal, de bouw en onze activiteiten. Klik voor een vergroting.


Impressies & Ontwerpen

Het leven op de stal

Verhaal van de stal

Film over de Frelustal

Kalfjes geboren

25 april j.l. was er een koe tochtig, dus moest er geïnsemineerd worden, terwijl de inseminator bezig was, bleek er nog een koe tochtig te zijn, deze ook gelijk geïnsemineerd, zodat we 28 januari 2024 2 kalfjes konden verwachten. Onze blaarkopkoe was vorig jaar 10 dagen voor de plandatum bevallen, dus het was zaak om alles vroeg in de gaten te houden. De 10 dagen verstreken ─ geen kalf ─, maar 5 dagen voor plandatum gaf zij aan dat de geboorte aanstaande was. Heel de middag onrustig, om 17.00 uur ging ze liggen, er was een klein probleem, wat door ons opgelost werd, waardoor de bevalling voorspoedig verliep. Het is het 34e kalf bij ons geboren en kreeg de naam Margje.

Bezoek de stal

Openingstijden

10.00 – 16.00 uur
Niet op zondag

Locatie

Achterambachtseweg 10p
Hendrik-Ido-Ambacht
Naast de begraafplaats

Kleinedierenpension

Gunt u uw dier ook vakantie? Wij bieden opvang voor kleine huisdieren (geen kat of hond) tegen een kleine vergoeding. Er is altijd een gediplomeerde verzorger aanwezig.


Bezoek de stal tussen 10.00 en 16.00 uur (niet op zondag) voor meer informatie, of neem contact op via:

Telefoon: 06-18220583
E-mail: luchies@telfort.nl

Huisdieren

Help mee: Donateurs & Vrijwilligers

Donateurs

De steun van onze vrienden is onmisbaar om dit unieke stukje erfgoed in stand te houden. Draagt u de Frelustal een warm hart toe? Elke bijdrage, groot of klein, maakt een wezenlijk verschil voor het welzijn van onze dieren.

IBAN: NL29 RABO 0397 6673 29
t.n.v. Stichting Frelu Stal

Vrijwilligers

Houdt u van het buitenleven en steekt u graag de handen uit de mouwen? Wij zijn altijd op zoek naar enthousiaste vrijwilligers die willen helpen bij de verzorging van de dieren of het onderhoud van het terrein. Word onderdeel van ons gezellige team!

Wilt u ons steunen of meehelpen? Bel dan naar onderstaand nummer:

06-18220583

Wie wij zijn: Het Bestuur

Het bestuur is opgericht om het project Frelustal vorm te geven.


Contact

Locatie Stal:
Achterambachtseweg 10p
Hendrik-Ido-Ambacht
(Naast de begraafplaats)


Postadres Projectleider:
Dhr. F. Luchies
Tesselschadestraat 146
3341 TJ Hendrik-Ido-Ambacht

Telefoon:
06-18220583 (Na 17.00 uur)

E-mail:
luchies@telfort.nl